Onderwijskundig rapport

In het onderwijskundig rapport heeft de basisschool genoteerd wie de leerling is en wat hij kan. Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, is er meestal een aanvullend deel. Daarin staat de noodzaak tot extra ondersteuning toegelicht.

Het is handig als uw school het onderwijskundig rapport toetst aan een aantal criteria. Zo ziet u of het al uw vragen beantwoordt. Als er gegevens ontbreken, kunt u dit in het overdrachtsgesprek bespreken met de contactpersoon van de basisschool.

Een goed onderwijskundig rapport geeft antwoord op vragen als:
• Wat zijn sterke factoren in de ontwikkeling van het kind?
• Hoe heeft de basisschool die sterke punten benut?
• Welke specifieke ondersteuningsbehoeften heeft de leerling?
• Hoe is hier gedurende de basisschool op gereageerd?
• Wat was het effect?
• Welke belemmeringen ondervindt de leerling in zijn ontwikkeling?
• Wat zijn hiermee samenhangende consequenties voor het schoolbezoek?
• Welke maatregelen heeft de basisschool genomen om de leerling te ondersteunen bij de overstap naar het voortgezet onderwijs? Denk hierbij aan:
- de mate van zelfstandigheid die wordt verwacht bij de uitvoering van opdrachten
- het zorgen voor eigen boeken en spullen voor de verschillende lessen (goed inpakken van de schooltas) 
- het maken van huiswerk 
- de variatie in vakken en docenten 
- het omgaan met een agenda en een weekrooster
• Hoe zijn de contacten met de ouders?
• Hoe is de betrokkenheid van de ouders bij de schoolcarrière van het kind?
• Welke instellingen zijn tot nu toe betrokken geweest bij de schoolontwikkeling van de leerling?
• Hoe zag deze betrokkenheid eruit?
• Wat is hierover vastgelegd?
• Wat was het resultaat van de ondernomen acties vanuit deze instellingen?
• Welke afspraken zijn gemaakt of lopen nog?