Leerling-bespreking
In de leerling-bespreking in groep 7 staat u expliciet stil bij de
overstap naar het voortgezet onderwijs. U gaat per kind na welke
mogelijkheden het heeft. Ook stelt u vast welke leerlingen extra
aandacht nodig hebben bij de overgang naar het voortgezet onderwijs.
Denk daarbij aan:
• leerlingen die in aanmerking komen voor praktijkonderwijs
• leerlingen die in aanmerking komen voor leerwegondersteunend onderwijs
• leerlingen die in aanmerking komen voor leerling-gebonden financiering
• leerlingen met dyslexie, leer- en/of gedragsproblemen, die buiten de
criteria van leerling-gebonden financiering, het praktijkonderwijs en
leerwegondersteunend onderwijs vallen
• hoogbegaafde leerlingen
• leerlingen voor wie het beter is als ze aan het einde van groep 7 al
overstappen naar het voortgezet onderwijs. Juist voor deze groep is het
zo belangrijk dat de inventarisatie al rond de herfstvakantie
plaatsvindt. Hierdoor hoeft u later geen versneld traject in te zetten.
U kunt bij de leerling-bespreking een lid van de Permanente Commissie Leerlingenzorg betrekken. Deze heeft expertise op het gebied van testtrajecten en zorg in het primair en voortgezet onderwijs.
Bij elk van de hierboven genoemde leerlingen, gaat u na welke redenen er zijn om extra aandacht te geven aan de overstap. Een belangrijk aspect daarbij vormen de omgevingsfactoren. Die zijn bepalend voor het succesvol laten verlopen van het leef- en leerproces. Naast de school zijn dit bijvoorbeeld het sociale netwerk van de leerling, belangrijke personen in de omgeving van het kind, de thuissituatie, hobby’s en eventuele externe hulpverlening. Door deze factoren in beeld te brengen kunt u een betere inschatting maken van de risico’s voor de leerling. U kijkt hoe u de omgevingsfactoren kunt inzetten om te komen tot een succesvolle overgang.
Op basis van de leerling-bespreking nodigt de groepsleerkracht de
ouders uit voor een eerste gesprek rond de Paasvakantie. Tot aan dat
gesprek hebben de leerkracht en intern begeleider de tijd om meer
gegevens te verzamelen en eventuele aanvullende observaties te doen.
Denk aan
- toetsgegevens rondom het IQ van de leerling
- observaties gericht op de werkhouding of werkwijze van de leerling
- gesprekken of observaties om meer inzicht te krijgen in de sociaal
emotionele ontwikkeling van de leerling of de toekomstdromen van de
leerling.
