Verkenningsvragen Maatschappelijke context
1. Zijn er contacten van de leerling, diens ouders/gezin of van professionals in verband met de leerling of diens ouders/gezin met gespecialiseerde instellingen (Jeugdzorg, maatschappelijk werk e.d)?
- Zijn er redenen om bij de overgang specifiek aandacht te hebben voor de relatie tussen interne en externe zorg?
- Hoe wordt partnerschap met ouders gedefinieerd?
- Wat voor invulling wordt aan partnerschap met ouders gegeven?
2. Is de informatie-uitwisseling en communicatie effectief?
- Is er sprake van warme overdracht en feedback?
- Is de informatie-uitwisseling vastgelegd in een protocol of procedure? Hoe ziet die eruit? Wordt de effectiviteit ervan getoetst en het protocol eventueel aangepast?
- Welke informatie is beschikbaar over de overgang van po naar vo?
3. Welke instellingen zijn in de regio direct of indirect betrokken bij of van invloed op het verloop van de overgang?
- Wie werken er binnen de regio al dan niet samen met elkaar? Is er een regionale kaart?
- Wat is de samenwerkingsbasis?
- Welke rol nemen de betrokken instellingen in deze op?
- Is er voldoende commitment bij de betrokken partijen om de overgang adequaat te faciliteren?
- Wie voert hierbij de regie?
4. Is er een lokale of regionale educatieve agenda waarvan de overgang tussen PO en VO deel uitmaakt?
- Wat is – gelet op haar zorgplicht voor jonge burgers – de rol van de gemeente bij de optimalisering van de pedagogische infrastructuur op lokaal of regionaal niveau?
- Maken gemaakte afspraken door de gemeente vanuit het beleidsplan deel uit van de lokale of regionale educatieve agenda?
5. Wat is de maatschappelijke en pedagogische opdracht in de ontwikkeling van de leerling van betrokken instellingen/organisaties?
- Wat voor invulling wordt gegeven aan de maatschappelijke en pedagogische opdracht?
- Wat is de manier waarop de pedagogische relatie met de leerling vorm krijgt?
