Verkenningsvragen het gezin
1. Worden de ouders gezien als partners in de opvoeding en van meet af aan nauw betrokken bij de ontwikkeling van het kind?
- Hoe is de relatie tussen ouders en kind?
- Wat is het opvoedingsperspectief van de ouders (hoe denken ouders over opvoeden en hun rol daarbij)?
- Hebben ouders zicht op de capaciteiten van het kind? Waaruit blijkt dit?
- Hebben ouders zicht op het ontwikkelingsperspectief van het kind? Waaruit blijkt dit?
- Welke ruimte nemen ouders om als partners in de opvoeding op te treden?
- Welke ruimte krijgen ouders om als partners in de opvoeding op te treden?
2. Is het gezin/zijn de ouders voldoende toegerust om een brugfunctie te vervullen?
- Hebben ouders voldoende zicht op de factoren die een rol spelen bij de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs? Waaruit blijkt dit?
- In welke mate zijn ouders in staat om het kind voor te bereiden en te ondersteunen in de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs? Hoe doen zij dit en wat is het resultaat?
- Welke beelden hebben zij van het voortgezet onderwijs, in het bijzonder de scholen in de regio en de betekenis daarvan voor het toekomstperspectief van hun kind?
- Welke rol bedelen ouders zich toe ten opzichte van het primair en voortgezet onderwijs?
- Zijn ouders in staat om zich aan te passen aan de werkwijze van en de verwachtingen vanuit primair en voortgezet onderwijs? Waaruit blijkt dit?
