Verkenningsvragen Primair onderwijs

1. Wat is de visie van de school op opvoeding en onderwijs en hoe ziet ze haar rol daarin?

  • Op welke wijze komt de visie van de school tot uiting?
  • Worden ouders als partners gezien? Waaruit blijkt dit?
  • Hoe ziet de school, daarop aansluitend haar eigen rol in de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs?
  • Betrekt de school de ouders en leerlingen bij de overgang naar het voortgezet onderwijs?
  • Wie is in de school verantwoordelijk voor de contacten / informatie uitwisseling met het voortgezet onderwijs?
  • Is deze taak omschreven en opgenomen in de functiebeschrijving?

2. Heeft de school zicht op het ontwikkelingsperspectief van de leerling?

  • Heeft de school het ontwikkelingsperspectief van de leerling voldoende in beeld om een gefundeerd advies te geven? Waaruit blijkt dit?
  • Heeft de school voldoende zicht op de mogelijkheden / capaciteiten van de leerling? Betrekt het daarbij ook andere dan de cognitieve competenties? Waaruit blijkt dat?
  • In welke mate is de school in gesprek met de leerling?

3. Hoe groot is het anticiperend vermogen van de school en hoe uit zich dat?

  • In welke mate wordt er op school aandacht gegeven aan voor het voortgezet onderwijs relevante vaardigheden als zelfstandig werken, het plannen en maken van huiswerk, toetsen voorbereiden en aanpassen aan de nieuwe omgeving?
  • Is er een risico-inventarisatie gedaan ten aanzien van de leerling voor de overgang van primair en voortgezet onderwijs?
  • Hoe gaat de school om met kinderen met specifieke profielen of leerproblematiek?
  • Is er sprake van maatwerk?
  • Zijn er afstemmingsmomenten tussen het primair en voortgezet onderwijs?
  • Is de toerusting van de directie, leerkracht groep 8 en de intern begeleider afgestemd qua vaardigheden en kennis van het voortgezet onderwijs?
  • Is degene die verwijst voldoende geïnformeerd over het voortgezet onderwijs? Denk hierbij aan pedagogisch klimaat, ontwikkelingsmogelijkheden, type onderwijs, ondersteuning en begeleiding bij zorgbehoefte

4. Is het onderwijs zo ingericht dat kinderen voldoende worden toegerust en begeleid voor de overgang naar het voortgezet onderwijs?

  • Start de school tijdig genoeg met het overgangstraject naar het voortgezet onderwijs?
  • Is het overgangstraject afgestemd op het voortgezet onderwijs in de regio?
  • Op welke wijze worden leerlingen en ouders ondersteund in het keuzeproces (voorlichting, gesprekken)?
  • In hoeverre is er sprake van ondersteuning gericht op groepen en ondersteuning gericht op individuele leerlingen?

5. Worden er vanuit het WSNS-samenwerkingsverband activiteiten rond de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs gecoördineerd? Zo ja, participeert de school daarin?

  • In welke mate versterken ze de visieontwikkeling in de regio?
  • In hoeverre heeft men daarbij oog voor het ontwikkelingsperspectief van leerlingen?
  • In welke mate versterken ze het anticiperend vermogen van basisscholen?
  • In welke mate draagt het bij aan de toerusting van leerlingen m.b.t. de overstap?