Verkenningsvragen de leerling
1. Is er voldoende zicht op het ontwikkelingsperspectief van de leerling?
- Heeft de leerling zicht op de eigen mogelijkheden / capaciteiten? Op welke wijze is dit zichtbaar?
- Heeft de leerling een realistisch zelfbeeld? Waaruit blijkt dit?
- Heeft de leerling een oriëntatie op de eigen toekomst? Waaruit blijkt dit?
- Heeft de leerling een toekomstperspectief waar (voor hem) aantrekkingskracht vanuit gaat?
- Is er een leerling-dossier waarin het ontwikkelingsperspectief van de leerling beschreven staat? / Is het ontwikkelingsperspectief van de leerling geëxpliciteerd en onderbouwd?
2. Is de leerling voldoende toegerust voor de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs?
- Is de leerling vaardig in het maken van keuzes? Hoe wordt hier in de praktijk mee omgegaan door school en ouders?
- Is de leerling in staat om te participeren? Kan de leerling zijn/haar zegje doen? Wordt de leerling gehoord? Draagt de leerling medeverantwoordelijkheid voor de overgang tussen primair en voortgezet onderwijs?
- Heeft de leerling voldoende zicht op de mogelijkheden die er voor hem zijn?
- Is de leerling in staat om zich aan te passen aan de nieuwe omgeving? Waaruit blijkt dit?
- Sluiten de competenties van de leerling aan bij de eisen van het voortgezet onderwijs?
- Zijn er elementen die belemmerend werken tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (denk aan dyslexie, dyscalculie, adhd, hoogbegaafdheid, een beperking)?
