Subsysteem school primair onderwijs
Het gaat hierbij zowel om het primair onderwijs in z’n algemeenheid, c.q. het in een wsns-samenwerkingsverband georganiseerde primair onderwijs in de regio, als om de specifieke basisschool die in het geding is.
Kenmerken hebben betrekking op:
- De specifieke maatschappelijke en pedagogische opdracht die het primair onderwijs heeft in de ontwikkeling van de jongere en de manier waarop dit systeem daaraan invulling geeft
- De manier waarop de pedagogische relatie met de jongere vorm krijgt in dit onderwijs
- De manier waarop het partnerschap met ouders gedefinieerd wordt in dit onderwijs
- De visie van de school op de overgang en de rol die de school zich daarin toebedeelt.
Bepalend voor de mate waarin de overgang geoptimaliseerd is, is de
mate waarin primair onderwijs en het voortgezet onderwijs zicht hebben
op hun eigen kenmerken en deze communiceren naar de betrokken personen
en instanties. Dit komt voor het primair onderwijs tot uitdrukking in:
Het anticiperend vermogen van het primair onderwijs.
Door het vergroten van dit anticiperend vermogen valt winst te behalen. Denk aan een goede persoonlijke begeleiding van jongeren voorafgaand aan en tijdens de overgang. In een basisschool bijvoorbeeld betekent dit: een voorbereiding op meer zelfstandig werken, het werken aan competenties als planning, huiswerk maken, toetsen voorbereiden, het begeleiden van het keuzetraject richting VO, de ontwikkeling – in de loop der jaren – van eenzelfde perspectief op de mogelijkheden van een jongere in de dialoog tussen school-ouders-leerling, maatwerk bij jongeren met specifieke profielen. Veelal vraagt dat een daarop afgestemde toerusting van professionals: qua vaardigheden, maar bijvoorbeeld ook qua kennis van het voortgezet onderwijs.
