Subsysteem het gezin
De relatie tussen ouders en kind er een van een heel bijzondere soort. Hun verbondenheid is onverbrekelijk. De aard van de relatie is in de opeenvolgende levensfasen verschillend, maar de ouders zijn een constante factor in de ontwikkelingslijn van de jongere. Bovendien zijn ouders eindverantwoordelijk en regisseur voor de opvoeding van hun kind. Vanuit dit perspectief is het essentieel dat medeopvoeders een partnerschaprelatie aangaan met de ouders. Kenmerken die van belang zijn:
- De relatie tussen de ouders en hun kind en het zicht dat de ouders hebben op het perspectief of de oriëntatie van hun kind.
- Het opvoedingsperspectief van de ouders en de opvattingen die zij hebben over hun rol daarin
- Bekendheid van de ouders met zowel het basis- als het voortgezet onderwijs
- De mate waarin de ouders in staat zijn hun kind voor te bereiden en te ondersteunen in de overgang
- De mate waarin ouders in staat zijn bij een intakegesprek aan te geven hoe ze aankijken tegen de opvoeding van hun kind en het perspectief van hun kind
- De rol die de ouders zichzelf toebedelen bij die overgang en hoe ze zich verhouden tot de basisschool en de school voor voortgezet onderwijs
- De mate waarin ouders in staat zijn zich aan te passen aan de werkwijze van en de verwachtingen vanuit de beide systemen
- De mate waarin ouders door medeopvoeders gezien worden als partners
Ouders kunnen een menselijke brug vormen tussen twee systemen aangezien zij een constante factor zijn in de omgeving van de jongere. In hoeverre de ouders echter ook een aangrijpingspunt zijn voor het optimaliseren van de overgang is sterk afhankelijk van de manier waarop het partnerschap met ouders door de betreffende systemen wordt opgepakt c.q. van de ruimte die ze aan ouders bieden om als partner op te treden.
