Plan van opstart en individueel ontwikkelingsplan

In het plan van opstart staat wat uw kind nodig heeft om een goede start te maken. Voor veel leerlingen volstaat het algemene introductieprogramma. Een aantal leerlingen heeft echter aanvullende ondersteuning nodig.

De zorg-/brugklascoördinator zet alle relevante informatie over de leerlingen op een rij. Ook eventuele afspraken die tijdens het intakegesprek zijn gemaakt, worden hierin meegenomen. In dit overzicht staat duidelijk welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben. Het overzicht wordt ingebracht bij de eerste leerlingenbespreking, die nog voor de zomervakantie plaatsvindt. Met de docenten en het onderwijsondersteunend personeel wordt besproken of de ondersteuningsbehoefte van de leerling consequenties heeft voor hun eigen handelen.

Voor leerlingen die op het praktijkonderwijs zitten of leerwegondersteunend onderwijs volgen, moet een handelingsplan worden opgesteld. Dat staat in de Wet op het voortgezet onderwijs. In het handelingsplan staat hoe het praktijkonderwijs c.q. het leerwegondersteunend onderwijs voor een bepaalde leerling wordt verzorgd. Met andere woorden: in het plan staat wat de docenten gaan doen om de leerling te ondersteunen bij het realiseren van bepaalde ontwikkelingsdoelen.

In dit draaiboek gebruiken wij trouwens de term ‘individueel ontwikkelingsplan’. Hiermee benadrukken we dat het ontwikkelingsperspectief van de leerling centraal staat.

In eerste instantie zal het individuele ontwikkelingsplan aansluiten op het onderwijskundig rapport en op de overige informatie die verzameld is tijdens het overdrachtsgesprek en het intakegesprek. Na deze bespreking start de zorg-/brugklascoördinator per leerling het individuele ontwikkelingsplan op.

Het individuele ontwikkelingsplan is een dossier dat tijdens de gehele schoolloopbaan van de leerling een rol blijft spelen. Het plan wordt verder uitgebouwd op basis van de ontwikkelingen die op de vo-school zichtbaar worden en regelmatig geactualiseerd.

Tijdens elke leerlingenbespreking kan de vraag gesteld worden in hoeverre het plan aan herziening toe is. Dit plan omvat:

  • het ontwikkelingsperspectief voor de leerling;
  • een beschrijving van de kwaliteiten van de leerling;
  • een beschrijving van de risicofactoren die de ontwikkeling kunnen belemmeren;
  • de wijze waarop met deze risicofactoren rekening wordt gehouden (denk hierbij aan extra ondersteuning).

Aan het begin van het schooljaar neemt de zorg-/brugklascoördinator met de mentor alle individuele ontwikkelingsplannen door. Vanaf dat moment heeft de mentor de ontwikkelingsplannen onder zijn hoede. De zorgcoördinator blijft wel eindverantwoordelijk.