Starten op de nieuwe school

In de eerste week na de zomervakantie vinden vaak introductiedagen plaats. Als uw kind zijn plek in de nieuwe klas gevonden heeft, kan een ‘plan van opstart’ gemaakt worden. In dit plan wordt aangegeven hoe uw kind geholpen kan worden om een goede start te maken. Het plan slaat een brug tussen het onderwijskundig rapport en het individuele ontwikkelingsplan (ook wel handelingsplan genoemd).

Het is natuurlijk belangrijk dat u veel praat met uw kind over zijn ervaringen op de nieuwe school. Sommige scholen maken gebruik van een buddy. Dit is een leerling uit een hogere klas, die uw kind begeleidt bij de dagelijkse gang van zaken in en rond de school.

In deze eerste periode kunt u ook een gesprek aanvragen met de mentor van uw kind. Wanneer de problematiek van uw kind daar aanleiding toe geeft, kunt u rond de herfstvakantie nog een gesprek hebben met de mentor. U kunt tijdens dit gesprek bespreken hoe het gaat.

Tussen de herfstvakantie en de kerstvakantie organiseren de meeste scholen ouderavonden of tienminutengesprekken.

Het is verstandig om in juni, als de zomervakantie weer voor de deur staat, een afsluitend gesprek te hebben met de zorgcoördinator, de mentor, uw kind én de leerkracht van groep 8 van de basisschool. In dat gesprek vindt terugkoppeling plaats naar de basisschool. U bespreekt de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs en alle betrokkenen kunnen in dat gesprek aangeven wat hierbij wel/niet goed is bevallen.