Overdrachtsgesprek
De vo-school ontvangt van de basisschool een onderwijskundig rapport
over uw kind. Tijdens het overdrachtsgesprek wordt de informatie uit dat
rapport aangevuld.
Het is belangrijk om tijdens dit gesprek de omgevingsfactoren goed in
kaart te brengen. Als de vo-school goed zicht heeft op specifieke
factoren die van invloed zijn geweest op de (school)ontwikkeling van uw
kind, kan ze haar handelen ook beter laten aansluiten op de begeleiding
die uw kind op de basisschool heeft gehad.
Tijdens het overdrachtsgesprek komen opvallende zaken uit het onderwijskundig rapport aan bod. Het rapport is doorgaans erg beknopt. De volgende vragen kan de zorgcoördinator benutten om wat verder in te gaan op bepaalde onderdelen van het onderwijskundig rapport:
- Als uw kind wel eens van school veranderd is: wat was hiervan de reden? (Bijvoorbeeld: verhuizing, scheiding ouders, onvrede met de vorige leerkracht(en), gepest worden of gedragsproblemen.)
- Als uw kind wel eens is blijven zitten: wat was daarvan de oorzaak? (Bijvoorbeeld: gezinsomstandigheden, motivatieproblemen, overlijden of ernstige ziekte van een gezins- of familielid of vriend/vriendin of ziekte van uw kind zelf.)
- Als uw kind extra hulp heeft gehad: om wat voor hulp ging het? Op welke ontwikkelingsaspecten had de hulp betrekking? (Bijvoorbeeld: remedial teaching, extra taal/rekenen, leesproblemen/dyslexie, faalangsttraining, sociale vaardigheidstraining, hoog- of meer begaafdheid.)
- Is er onlangs een handelingsplan of een afsprakenlijst over de begeleiding gemaakt?
- Hebben hulpverlenende instanties een rol in de begeleiding? (Bijvoorbeeld: Bureau Jeugdzorg, Riagg, Raad voor de kinderbescherming, GG&GD, Algemeen maatschappelijk werk, een huiswerkinstituut, het Jeugdzorgadviesteam, de schoolbegeleidingsdienst, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, de leerplichtambtenaar, een opvanghuis of een crisiscentrum.)
- Is er sprake (geweest) van spijbelgedrag? Komt uw kind vaak te laat? Is uw kind bekend bij de afdeling leerplicht? Zijn er onterechte ziekmeldingen geweest?
- Zijn er binnen het gezin omstandigheden geweest die de schoolloopbaan van uw kind belemmerden? (Bijvoorbeeld: relatieproblemen ouders, een ongeregelde leefstijl, weglopen van huis, te hoog/laag verwachtingspatroon van ouders, recentelijk verlies van een gezins- of familielid, mishandeling, seksueel misbruik, drugsgebruik of overmatig alcoholgebruik.)
- Is uw kind in aanraking geweest met justitie/politie?
- Is het belangrijk dat de schoolarts of de schoolverpleegkundige uw kind op korte termijn ziet?
- Zijn er bijzonderheden te melden over het gedrag van uw kind? (Bijvoorbeeld: wel/geen vriendjes, sterke en ongunstige invloed op leeftijdsgenoten, slachtoffer pestgedrag, stil zijn, geïsoleerde positie in de groep, depressief, agressief, stelen, leidersfiguur/meeloper, bedreigen medeleerlingen of extreem druk en impulsief gedrag.)
- Welk gezinslid onderhoudt het contact met school? Hoe zag dit contact er tot nu toe uit? (Veel/weinig, voornamelijk op initiatief van de school en/of van de ouders.)
- Hebt u nog aanvullende opmerkingen en/of handelingsadviezen met betrekking tot de contacten met uw kind en de omgang op school?
Het overdrachtsgesprek kan eventueel plaatsvinden voor de zomervakantie, dus voordat uw kind daadwerkelijk op de vo-school zit. Het voordeel is dat de vo-school op deze manier al een aardig beeld krijgt van haar nieuwe brugklassers.
Er is ook iets voor te zeggen om het gesprek na de zomervakantie te laten plaatsvinden. Dan heeft de mentor uw kind al wat beter leren kennen en kan beter ingaan op aspecten van de interactie tussen uw kind en de docenten en de medeleerlingen.
Als er echt informatie is die van direct belang is voor het vervolgonderwijs, is het beter deze informatie voor de vakantie al door te geven.
